Wedstrijdreglement



Hierbij vindt u het volledig wedstrijdreglement 2018 - 2019 van de Landelijke Rijverenigingen vzw. In voege vanaf 8/10/2018.

Tweemaal per jaar, bij de start van het winterseizoen (na het Nationaal Ruitertornooi) en bij de start van het zomerseizoen (na de Nationale Indoorkampioenschappen), voeren we de reglementswijzigingen door. De wijzigingen bundelen we in een handig overzichtsdocumentje, en worden op de provinciale raden en voorjaarsvergaderingen toegelicht.

Ter info


Voor de discipline SPRINGEN volgt LRV het FEI-reglement. De nieuwe bepalingen rond de val van een Atleet/paard zijn echter niet haalbaar binnen de LRV-werking.  LRV volgt dus het FEI-reglement op uitzondering van volgende alinea’s :

 

Pag 7 
1.2  ... Echter, in het geval van een val van een atleet en/of paard op gelijk welk ogenblik vanaf de combinatie de ring binnen komt tot het ogenblik dat de startlijn in de juiste richting wordt overschreden, of het signaal om te starten al dan niet werd gegeven, zal geen toestemming tot starten worden gegeven in de proef en de bel zal overeenstemmend gebruikt worden. zal het 45-seconden aftellen niet worden onderbroken. ...

pg 23:
3. In het geval van een val van de Atleet en/of het paard op gelijk welk ogenblik in de Wedstrijdarena, in het oefenterrein of waar dan ook binnen het Wedstrijdterrein, moet de Atleet en/of het paard goed bevonden worden door de Medische dienst van de wedstrijd resp. de Diergeneeskundige afgevaardigde, alvorens de Atleet en/of het paard mogen toegelaten worden om deel te nemen aan de volgende ronde of proef tijdens de wedstrijd. 
 
Pg 28 en 29:
Echter, in het geval van een val van een atleet en/of paard op gelijk welk ogenblik vanaf de combinatie de ring binnen komt tot het ogenblik dat de startlijn in de juiste richting wordt overschreden eens het signaal om te starten is gegeven, kan de combinatie niet meer starten in deze ronde of Proef. de afteltijd van 45 seconden zal niet onderbroken worden. Daarenboven, in het geval van een val van de Atleet
en/of het paard op gelijk welk ogenblik in de Wedstrijdarena, of het signaal tot starten al dan niet is gegeven, moet de Atleet en/of het paard goed bevonden worden door de Medische dienst van de wedstrijd resp. de Diergeneeskundige afgevaardigde, alvorens de Atleet en/of het paard mogen toegelaten worden om deel te nemen aan de volgende ronde of proef tijdens de wedstrijd. (Ref JR Art 224.3)
 
4. Een val van een Atleet en/of paard na het overschrijden van de aankomstlijn houdt geen uitsluiting in. Maar, in het geval van een val na de aankomstlijn, is het volgende van toepassing :  4.1 In het geval van een val van een Atleet en/of van een paard na het overschrijden van de aankomstlijn in een Proef met een onmiddellijke barrage, wordt de combinatie uitgesloten voor de barrage, en wordt hij ex aequo laatst gerangschikt samen met de combinaties die zich teruggetrokken hebben, opgegeven of werden uitgesloten voor de barrage. De Atleet en/of het paard moeten goed bevonden worden door de Medische dienst van de wedstrijd resp. de Diergeneeskundige afgevaardigde, alvorens de Atleet en/of het paard mogen toegelaten worden om deel te nemen aan een volgende  proef tijdens de wedstrijd. 
 
4.2  In het geval van een val van een Atleet en/of van een paard na het overschrijden van de aankomstlijn in een Proef met een Barrage (maar niet een onmiddellijke barrage) of na het overschrijden van de aankomstlijn van de eerste omloop van een Proef met twee omlopen, moet de Atleet en/of het paard goed bevonden worden door de Medische dienst van de wedstrijd resp. de Diergeneeskundige afgevaardigde, alvorens de Atleet en/of het paard mogen toegelaten worden om deel te nemen aan de barrage of aan de tweede omloop.
 
4.3  In het geval van een val van een Atleet na het overschrijden van de aankomstlijn in een barrage, of na het overschrijden van de aankomstlijn in de initiële ronde indien de combinatie niet geplaatst is voor de barrage, of na het overschrijden van de aankomstlijn in een proef zonder barrage, moet de Atleet en/of het paard goed bevonden worden door de Medische dienst van de wedstrijd resp. de Diergeneeskundige afgevaardigde, alvorens de Atleet en/of het paard mogen toegelaten worden  deel te nemen aan een andere Proef tijdens de wedstrijd.