Bestuursorganen: Algemene vergadering



De Algemene Vergadering telt minimum 9 leden en is samengesteld uit de effectieve leden van de vereniging, die elk beschikken over één stem. Een lid kan zich bij volmacht door een ander lid laten vertegenwoordigen; een gevolmachtigde mag niet over meer dan één volmacht beschikken. Onder effectieve leden wordt verstaan:

  • De voorzitters van de provinciale besturen LRV
  • De voorzitters van de provinciale ponycommissies
  • De leden, gekozen bij geheime stemming door het provinciaal bestuur, op basis van het aantal verenigingen waarbij per begonnen schijf van 20 verenigingen een mandaat te begeven is. Het aantal verenigingen wordt tweejaarlijks vastgesteld voor de datum van de Algemene Vergadering.
  • De leden gekozen bij geheime stemming door de provinciale ponycommissie, op basis van het aantal ponyclubs, waarbij per begonnen schijf van 20 verenigingen een mandaat te begeven is. Het aantal verenigingen wordt tweejaarlijks vastgesteld voor de datum van de Algemene Vergadering.
  • 5 vertegenwoordigers gekozen bij geheime stemming door de nationale Recreatiecommissie
  • 2 vertegenwoordigers gekozen bij geheime stemming door eventuele andere nationale commissies ingesteld door de Raad van Bestuur, met uitsluiting van de Technische commissie
  • Telkens één afgevaardigde van Boerenbond, Landelijke Gilden, KLJ, KVLV en BWP.
  • De proost van de vereniging.

De Algemene Vergadering is de hoogste macht van de vereniging. Aan haar bevoegdheid zijn voorbehouden:


1. De wijziging van de statuten;
2. De benoeming en afzetting van de bestuurders;
3. De benoeming en de afzetting van de commissaris en het bepalen van diens bezoldiging;
4. De kwijting aan de bestuurders en de commissarissen;
5. De goedkeuring van de begroting en van de rekening;
6. De ontbinding van de vereniging;
7. De beslissing over de uitsluiting van een effectief lid;
8. De beslissing over het beroep met betrekking tot de uitsluiting van een aangesloten lid door de Raad van Bestuur.
9. De omzetting van de vereniging in een vennootschap met een sociaal oogmerk;
10. Alle gevallen waarin de statuten dat vereisen.