Kaderopleiding
 

Een belangrijk deel van de opleidingen wordt gegeven in de basiscursussen deze hebben als doel gediplomeerde lesgevers te vormen en bij te scholen. Zij kunnen op hun beurt lessen en vorming geven in de rijverenigingen en ponyclubs. Zo blijft leren paardrijden zo democratisch mogelijk.

Via basiscursus 1 kun je je B-brevet Paardrijden halen, na basiscursus 4 kan je deelnemen aan de rijvaardigheidsproef voor initiator en trainer B. Na basiscursus 5, 6 en 7 kan je deelnemen aan de examens voor trainer B. Voor diegenen die na basiscursus 7de basiscursussen graag blijven volgen, zijn er de vervolmakingscursussen.

Trainer B
Trainer A Data en plaatsen rijvaardigheid
 

 

Doelstellingen :


Deze opleiding beoogt de toekomstige Trainer B Paardrijden voor te bereiden tot de bevoegdheid om beginnende competitieruiters met aangepaste lessen en trainingen te begeleiden, en dit voor de disciplines dressuur (M), springen (L) en eventing (B). Hij moet bekwaam zijn om op een (ped)agogisch verantwoorde manier de conditionele en de technische trainingen voor bovengenoemde niveaus op te stellen en te leiden.Hij heeft zelf bewezen technisch bekwaam te zijn en kan in zijn gekozen discipline zelf behoorlijk rijden.

Toelatingsvoorwaarden :

 Minstens 19 jaar worden in het kalenderjaar waarin de cursus start.
 In het bezit zijn van het getuigschrift Initiator Paardrijden of er mee zijn gelijkgesteld.
 In het bezit zijn van het brevet “Rijvaardigheid Trainer B” (of dressuur of springen of eventing),
of op voorhand aanvaard worden door de denkcel Paardrijden op basis van een ingestuurd sportief curriculum/palmares in minstens één van de disciplines.
 Zelf instaan voor een geschikt paard dat in staat is om een tweetal uren per dag te werken op het niveau Rijvaardigheid Trainer B, in functie van de gekozen discipline.

Programma : 90 u.

1. Module 1: Algemeen (hippisch) gedeelte 40 u.

Deze vakken zijn algemeen, dit wil zeggen dat voor alle sporten dezelfde materie wordt gegeven. Voor de tak paardrijden zijn er echter ‘hippisch herschreven’ versies. Vakken: anatomie, fysiologie, ontwikkelingsleer, trainingsmethodieken, motorisch leren, sportpsychologie en coaching. Deze module wordt omwille van het omvangrijk aantal theoretische uren (40 uur) niet gegeven in de basiscursussen, maar in een aparte cursus die op avonden wordt gegeven op een beperkt aantal plaatsen. Je kan deze Algemene Basisopleiding (ABO) sporttakoverschrijdend volgen bij de Vlaamse Trainersschool of je kan de hippische versie volgen. In deze hippische versie zijn alle vakken herschreven naar het paard toe. (Anatomie van het paard, motorisch leren van het paard en zo verder). Om de twee jaar wordt in het voorjaar een hippische ABO in Oud-Heverlee georganiseerd. (2002,2004,2006,…)

- Taakomschrijving van de Trainer B 1 u.
- Het menselijk en paardenlichaam in beweging :

 Anatomie 4 u.
 Fysiologie - sportfysiologie 8 u.

- Ontwikkelingsleer 6 u.
- Motorisch leren 6 u.
- Trainingsmethodieken 10 u.
- Inleiding in de sportpsychologie en coaching 5 u.

 

2. Module 2: Specifiek gemeenschappelijk gedeelte 20 u.

Module 2 omvat de sportspecifieke theorie van de sport paardrijden (sporttakoverschrijdend). De vakken genetica, fokkerij, exterieurleer, materiaalkennis, organisatie van de sport, basismethodiek en psychologie van het paard worden verdeeld over basiscursus 5,6 en 7.

 

- Hippologie deel 1 (genetica, fokkerij en exterieurleer) 6 u.
- Organisatie van de hippische sport 1 u.
- Psychologie van het paard 3 u.
- Materiaalkennis 3 u.
- Basismethodiek africhting van het paard (van dartelen tot dansen 9 t/m 20) 7 u.

 

 

3. Module 3: Rijvaardigheid

Aansluitend op de laatste dag van BC4 wordt in de namiddag het examen rijvaardigheid georganiseerd, zowel voor Trainer B al voor initiator. Men kan kiezen voor dressuur, springen of eventing (palmares). Deze rijvaardigheidsproef zijn een voorwaarde om aan het examen Trainer B te mogen deelnemen. Het betreft een dressuurproef van niveau Z1 (te vinden onder de rubriek rijvaardigheid en in de cursus Initiator) en een springproef stijlrijden van ongeveer 1.20 meter. Examens worden afgenomen door een vaste groep examinatoren, aangeduid door de Denkcel Paardrijden.

1. Rijvaardigheid Trainer B Dressuur

- Toelatingsvoorwaarde: Rijvaardigheid Initiator behaald hebben.

Protocol Trainer B dressuur (PDF) - De kandidaat behaalt minstens 50% bij de uitvoering van opgelegde dressuurproef.
Quotering: aan de hand van het dressuurprotocol. De ruiter behaalt minstens 50%.

2. Rijvaardigheid Trainer B springen

- Toelatingsvoorwaarde: Rijvaardigheid Initiator behaald hebben.

Protocol Trainer B springen (PDF) - De kandidaat behaalt minstens 50% bij een springproef die bestaat uit: Het parcours bevat een tiental sprongen waaronder een uitnodigende eerste sprong, enkele steil- en hoogte-breedtesprongen, een cube, een triple, en minstens twee dubbelsprongen. De hoogte van de sprongen bedraagt minimum 1.15 m en maximum 1.20 m, de breedte maximum 1.30 m. De jury let vooral op een voorwaarts gereden galop in een constant tempo, op de springstijl van de ruiter, op het aanrijden van de hindernis en het opvangen en doorrijden na de sprong. Quotering op 100 punten. De ruiter behaalt minstens 50%.

3. Rijvaardigheid Trainer B eventing

Toelatingsvoorwaarde: Rijvaardigheid Initiator behaald hebben.

3 praktische proeven:
- Protocol Trainer B Eventing dressuur (PDF) - De kandidaat behaalt minstens 50% bij een uitvoering van de opgelegde dressuurproef.

- Een stijlparcours springen van minimum 1.05 m, maximum 1.10 m met een breedte van maximum 1.20 m. Het parcours bevat een tiental sprongen waaronder een uitnodigende eerste sprong, enkele steil- en hoogte-breedtesprongen, een cube, een triple, en een dubbelsprong. De jury let vooral op de springstijl, op het aanrijden van een hindernis en het opvangen en doorrijden na de sprong.

- De kandidaat legt een palmares voor inzake eventing op het niveau CIC* of CCI*of M. Een vrijstelling moet op voorhand individueel aangevraagd worden aan de Vlaamse Trainersschool (denkcel paardrijden).
Quotering: aan de hand van het dressuur- en springprotocol. Quotering op 100 punten. De ruiter behaalt minstens 50% op elk onderdeel.


 

4. Module 4: Didactische module (disciplinespecifiek: dressuur-springen-eventing) 30 u.

Leren lesgeven maakt plaats voor prestatiebegeleiding. Van het initiëren van beginnende ruiters gaat men zich op niveau Trainer B meer richten naar het begeleiden en trainen van één combinatie in de betrokken discipline.Ook wedstrijdreglementen en gevorderde methodiek van de discipline behoren tot deze module en worden doorgenomen in basiscursus 5,6 en 7.

- Wedstrijdreglementen 2 u.
- Gevorderde methodiek van de discipline 8 u.
- Prestatiebegeleiding 20 u.